-
Samengesteld label
-
Onderduikregistratie van Artur Oppenheimer
-
Objecttype
-
onderduikkaart
-
duikkaart
-
registratieformulier
-
Vervaardiger
-
L.O. Friesland
-
Vervaardigingsdatum
-
1945
-
vervaardigingsplaats
-
Sneek
-
Collectie
-
Vereniging Friesland 1940-1945 (Documentatiecommissie)
-
L.O. district Joure-Sneek
-
Volledige naam
-
Artur Oppenheimer
-
Achternaam
-
Oppenheimer
-
Voornaam
-
Artur
-
Geboortedatum
-
1901-02-25
-
Religie
-
joods/israëlitisch
-
Overige opmerkingen bij registratie
-
Bijzonderheden: ongehuwd, - Moeder in sept 44 naar Polen. - bij duikadres: Ds van Drooge-Anne van Dijk
-
Onderduikgevers/helpers
-
Van Drooge (Makkum)
-
Naam bewoner onderduikadres
-
Oeds van Dijk
-
Onderduikadres
-
Makkum
-
Interne opmerking
-
De originele kaarten berusten bij Herinneringscentrum Kamp Westerbork
-
Archiefnummer
-
350
-
Inventarisnummer
-
1872
-
volgnummer
-
268
-
Beheerder collectie
-
Tresoar
-
Auteursrechtbepaling
-
CC BY
-
GUID
-
2eed86c3-d6b1-de4e-4145-574f640ebc7a
-
creatiedatum record (voor migratie)
-
2017-11-27T11:08:23Z
-
Identifier
-
328
-
commentText
-
Lieuwe Durksz schrijft op 2017-09-25: \nOver Arthur Oppenheimer schrijft mevr. Van Drooge-ter Haar: \nZeker herinner ik me de heer Oppenheimer ‘oom Bou’ zoals mijn kinderen hem noemde omdat zijn schuilnaam Brouwer was. In die tijd waren er in ieder geval nog twee Joodse onderduikers bij ons in huis Leny Cohen een meisje van 12 uit Deventer met wie ik nog steeds contact heb ze woont nu in Amerika en een Joodse jongeman met wie ‘oom Bou’ steeds ruzie had Oom Bou was een plezierige huisgenoot. Omdat hij er niet duidelijk Joods uitzag kon hij gewoon in het dorp rondlopen wat voor Rob Schweizer onmogelijk was. \nIk heb heel prettige herinneringen aan hem.\n\nRomkje Swan-van Dijk de oudste dochter van Anne van Dijk en Sieb Jellema wonend in Engeland wist zich veel te herinneren van wat haar moeder over Arthur had verteld. Zij schrijft vanuit Engeland waar ze woont: \nDe dominee van de Doopsgezinde Gemeente die samen met mijn man en veel anderen in het verzet zaten kwam in 1943 op een dag bij ons met de vraag of wij een Joodse man zouden willen laten onderduiken. Hij was samen met zijn moeder en twee broers vanuit Duitsland gevlucht. Zijn twee broers hadden een boot naar Amerika kunnen krijgen maar hij en zijn moeder lukte het niet om een plekje te bemachtigen. Na uitvoerige discussie over de risico’s niet alleen voor ons maar ook voor onze tweeling twee dochters besloten we om hem in huis te nemen. \nZijn naam was Arthur Oppenheimer maar op zijn valse papieren stond de naam Jan Willem Brouwer. Een naam die voor hem heel moeilijk uit te spreken was. Slechts een paar mensen in Makkum waaronder de voorganger en enkele van onze familieleden waren op de hoogte van de onderduiker. Er waren meer Joden in Makkum ondergedoken maar waar dat was ons niet bekend. Dit uit veiligheidsoverweging. \nWij hadden echter ook al twee jonge mannen op de vliering verborgen. Zij waren opgeroepen om in Duitsland te gaan werken maar waren ondergedoken. En we hadden ook nog een honger-evacuee uit het zuiden waar het moeilijk was om aan eten te komen. Met een extra vliering op de bestaande vliering werd een schuilplaats gemaakt waar 3 tot 4 man in konden zitten. \nMeneer Brouwer woonde in de achterkamer en hij zat daar als wij visite hadden die niet mochten weten dat we een Joodse onderduiker hadden. Met de familie die dit wel wist hadden we afgesproken dat als de deurbel twee keer ging hij rustig in de kamer kon blijven zitten. Maar op een dag ging de bel twee keer en we dachten dat het familie was maar toen we de deur open deden bleek het de pianostemmer te zijn die er van verdacht werd dat hij een collaborateur was. Hij stelde Meneer Brouwer enkele vragen en nadat hij weg was waren wij in paniek want nu zou hij ons wel aan de Duitsers verraden. In noodgevallen als dit kon Meneer Brouwer ‘s nachts naar een afgelegen boerderij gaan waar de boer verschillende mensen in een hooiberg had verborgen. Er was midden in die hooiberg een groot hol waar ze in konden glijden en dan werd de top met stro bedekt. Meneer Brouwer verbleef daar twee weken en toen er verder niets gebeurde kwam hij weer terug bij ons. \nOok kwam eens iemand van het verzet zeggen dat de moeder van Meneer Brouwer die in Amsterdam woonde gevangen was genomen om ondervraagd te worden. De Duitsers wilden weten waar haar zoon in Friesland was ondergedoken. Er bestond een kans dat zij door zou slaan en opnieuw vertrok Meneer Brouwer naar de boerderij. Maar hij was er zeker van dat zijn moeder nooit aan de Duitsers zijn onderduikadres zou verraden. Dat klopte ook. Maar zijn moeder werd wel naar een concentratiekamp gestuurd en kwam nooit weer terug... \nHet was een erg angstige tijd maar we rolden er door en Meneer Brouwer overleefde het. Als een bijzonder familielid bezocht hij ons verschillende keren in Makkum. Hij had een knopenfabriek in Amsterdam en wij kregen van hem dan ook de meest mooie collectie knopen. \nIn Israël plantte hij een herinneringsboom met daarbij een plaquette waarop onze namen staan.\n\nVerder kwamen in de familie Van Dijk nog de volgende verhalen naar voren: \nAnne van Dijk en zijn vrouw Sieb woonden op de Voorstreek en hadden een kruidenierswinkel/grossierderij aan het Plein samen met Anne’s broer Oeds van Dijk en zijn vrouw Klaasje (Klaasje is de oud-kosteres van de Doopsgezinde Kerk in Makkum). \nOeds en Klaasje woonden op het Plein. Omdat ze een winkel hadden kregen ze natuurlijk veel voedselbonnen. Deze bonnen moesten op vellen papier worden geplakt om weer aan nieuwe levensmiddelen te komen. Voor ‘Meneer Brouwer’ een mooie taak en hij zat soms een hele zondagmiddag bonnen te plakken. \nEn dan zei hij wel eens: “Ferdamt Anne ich kan geen bonnen meer sehen.” \nEen ander verhaal over Arthur ging over de moeilijkheid van de Friese taal. \nOp zijn Ausweis stond dat hij uit Burgum kwam. Dat betekende dat hij dit ook zou moeten kunnen zeggen voor het geval hij zou worden aangehouden. Maar voor hem was het wel heel erg moeilijk. Anne en Arthur waren dan ook heel veel aan het oefenen voor een goede uitspraak en ‘Meneer Brouwer’ deed heel erg zijn best. \n‘Nee dat is niet goed’ zei Anne dan ‘het is Burgum in Tietsjerkeradiel.’ \n‘Ferdamt Anne das sach ich doch Bergûm tietietiet..........’
-
jan de vries schrijft op 2021-10-02: \ndag ben in bezit van wat papieren van Artur Oppenheimer en deze heeft /had idd een knopenfabriek. \nmaar ergens in verhaal van u lees ik dat hij in 1955 een autoongeluk heeft gehad met doedelijk afloop vkal voor zn huwelijk. \nRare is ik heb hier een huwlijkskaart van artur en Jelly oppenheimer-de smit uit december 1950 dat ze getrouwd zijn. \nhebben wij het dan wel over dezelfde persoon.
-
jan de vries schrijft op 2021-10-02: \nen kan het zijn dat de schuilnaam jan cornelis brouwer is geweest. \nalthans ik ben in bezit van persoonsbewijs met deze naam en foto erop. \nzoals ik u al eerder schreef en gezien de overeenkomsten kan ik mij voorstellen dat er soms niet helemaal juist meer word herinnert wat volle naam betreft. \nzal graag hier meer over willen weten ook over verdere fam etc
-
lieuwe durksz schrijft op 2021-10-02: \nBest Jan,\n\nHet bovenstaande verhaal komt van mevr. Van Drooge die helaas dit jaar is overleden. De kinderen van mevr. Van Drooge hebben geen extra informatie want dan zou ik het in 2017 al gekregen hebben.\n\nIn het bovenstaande komt helemaal niet voor dat hij in 1955 een auto-ongeluk heeft gehad en ook niet dat dit vlak voor zijn huwelijk is geweest. \nIndien je het verhaal hebt gelezen in het Mienskipsnijs dan staat daar dat hij in 1953 een dodelijk auto-ongeluk heeft gehad en in Breda is overleden. \nMij is onbekend waar je deze gegevens vandaan hebt. \nIk zal een paar bescheiden hier aan toevoegen. \nEn het gaat denk ik zeker over dezelfde persoon.
-
jan de vries schrijft op 2021-10-02: \nBeste Lieuwe durksz,\n\nin eerste plaats heb ik mijn informatie van herinerringscentrum westerbork \ndaar staat dit in \nEen ander verhaal over Artur ging over de moeilijkheid van de Friese taal. \n'Op zijn Ausweis stond dat hij uit Burgum kwam. Dat betekende dat hij dit ook zou moeten kunnen zeggen voor het geval hij zou worden aangehouden. Maar voor hem was het wel heel erg moeilijk. Anne en Artur waren dan ook heel veel aan het oefenen voor een goede uitspraak en ‘Meneer Brouwer’ deed heel erg zijn best. \n‘Nee dat is niet goed’ zei Anne dan ‘het is Burgum in Tietsjerkeradiel.’ \n‘Ferdamt Anne das sach ich doch Bergûm tietietiet..........’.\n\nArtur Oppenheimer is in 1955 overleden bij een auto-ongeluk een aantal maanden voordat hij ging trouwen.\n\ndank u wel voor de opheldering en hopelijk dat u een mail aan westerbork kunt doen.\n\nga zeker nog verder nalezen over deze fam.\n\nmvg
-
Frieda schrijft op 2022-05-31: \n @ jandevries. \nWat betreft uw persoonsbewijs en of dat die van Arthur Oppenheimer is. In het boek 'op de foto in oorlogstijd' op blz 415 een foto van Arthus Oppenheimer. Ik denk inderdaad dat het dezelfde persoon is als op het persoonsbewijs in uw bezit.