-
Samengesteld label
-
Onderduikregistratie van Frederika Mock
-
Objecttype
-
onderduikkaart
-
duikkaart
-
registratieformulier
-
Vervaardiger
-
L.O. Friesland
-
Vervaardigingsdatum
-
1945
-
vervaardigingsplaats
-
Sneek
-
Collectie
-
Vereniging Friesland 1940-1945 (Documentatiecommissie)
-
L.O. district Joure-Sneek
-
Volledige naam
-
Frederika Mock
-
Achternaam
-
Mock
-
Voornaam
-
Frederika
-
Geboortedatum
-
1912-01-13
-
Religie
-
joods/israëlitisch
-
Echtgenoot/echtgenote
-
Salomon v.d. Kar
-
Familielid
-
Rebecca Maandag
-
Mock
-
Overige opmerkingen bij registratie
-
Bijzonderheden: Foto aanwezig - 15-6-45 vertrokken
-
Onderduikgevers/helpers
-
Groen (Heeg)
-
Naam bewoner onderduikadres
-
Wed. Boersma
-
Onderduikadres
-
311, Heeg
-
Onderduik Straat en huisnummer
-
311
-
Interne opmerking
-
De originele kaarten berusten bij Herinneringscentrum Kamp Westerbork
-
Archiefnummer
-
350
-
Inventarisnummer
-
1872
-
volgnummer
-
244
-
Beheerder collectie
-
Tresoar
-
Auteursrechtbepaling
-
CC BY
-
GUID
-
20396b17-29c2-37d3-0d37-42b1b65c2f10
-
creatiedatum record (voor migratie)
-
2017-11-27T11:08:23Z
-
Identifier
-
230
-
commentText
-
L. Boersma schrijft op 2017-05-05: \nDit verhaal is geschreven door een beppesizzer van Grietje Boersma-Boelsma wonende aan de Skatting in Heeg: L. Boersma geb in mei 1946, zoon van Hielke Boersma. Hielke Boersma (geb 1916) was de zoon van Grietje Boersma-Boelsma.\n\nIn Heeg in de zuidwesthoek van Friesland woonde in de oorlog mevrouw Grietje Boersma-Boelsma. Zij was weduwe en had één zoon Hielke Boersma. Die zoon zei tegen zijn moeder: “U hebt ruimte genoeg en zou best een paar onderduikers kunnen herbergen.” En zo is het ook gebeurd. In 1942 (beppe was toen 69 jaar oud) kwam een Joods echtpaar bij Beppe Grietje “logeren”. Dat echtpaar kwam uit Amsterdam. Hun namen waren Salomon van de Kar en Frederica Mock en hun namen werden uit veiligheidsoverwegingen veranderd in: Gysbert Kersten en Frederica Moens. Hij was in Amsterdam diamantslijper.\n\nZe zijn ongeveer drie jaar bij beppe Grietje ondergedoken geweest. Het was een goede tijd alhoewel soms ook spannend. Beppe had ook een kamertje aan de achterkant van haar huis. In het plafond zat een geheim luik en door dat luik was onder een scheef afdak een geheime schuilplaats waar ze soms in moesten bij gevaar. Er zaten soms 5 personen in die schuilplaats heeft Beppe mij verteld. Maar gelukkig is het altijd goed gegaan en zijn de onderduikers nooit ontdekt. Na de oorlog ben ikzelf als kind nog een keer in die schuilplaats geweest het was een nauwe kleine plaats waarvan ik me niet kon voorstellen dat er vijf mensen in konden.\n\nIn Heeg woonde toen oude bakker Yme Ypma. Hij was betrouwbaar en hij zorgde ervoor dat Salomon van de Kar alias Gysbert Kersten af en toe nieuwe overhemden kreeg. Ook kreeg beppe via de ondergrondse extra bonkaarten om eten voor haar “gasten” te kopen. Want Beppe woonde maar alleen en met alleen haar eigen bonkaarten kon zij geen drie monden vullen.\n\nAchter haar huis had beppe een “bleek” dat is een stukje gras van zo'n 6 bij 4 meter met daaromheen een heg waar de onderduikers bij mooi weer beschermd buiten konden zitten. Achter die “bleek” was een sloot en daarachter was weiland. Door dat weiland kon je achterom bij bakker Ypma komen. Zo is mevr Frederica Mock alias Frederica Moens een keer in die sloot gevallen toen ze achterom een pakje boter bij bakker Ypma had gehaald. Ook ging Salomon van de Kar alias Gysbert Kersten in het geheim bij bakker Ypma naar de geheime radio luisteren. \nZo hebben ze gezamenlijk het einde van de oorlog meegemaakt en had beppe Grietje twee mensen van een wisse dood gered. In mei 1946 heeft het echtpaar van de Kar nog een dochter gekregen. \nBeppe Grietje Boersma-Boelsma woonde recht tegenover de gereformeerde kerk aan de Schatting in Heeg.\n\nNa de oorlog heeft het echtpaar van de Kar elk jaar beppe vanuit Amsterdan opgezocht. Ze noemden beppe hun “Mem”. Iedere keer namen ze dan één of ander cadeau voor Beppe mee. Toen Beppe overleed in 1962 bleef de familie van de Kar doorgaan met hun bezoeken aan Friesland maar nu zochten ze mijn vader op. En zodoende speelde ik als kind wel eens met de dochter van de familie van de Kar die net zo oud was als schrijver dezes. \nNog steeds (2017) is het contact gebleven. Want nu hebben mijn vrouw en ik nog steeds jaarlijks contact met de dochter van de familie van de Kar en haar man. \nDe dochter van de familie van de Kar heeft na de oorlog alle paperassen bonkaaarten en jodenster aan het Joods museum in Amsterdam geschonken waaronder ook een briefkaart die door de moeder van mevr Frederica Mock uit de trein is gegooid op weg naar Sobibor. \nBijzonder dat zo'n briefkaart nadien toch weer bij de famlie is terecht gekomen. \nWe zijn dankbaar dat beppe in de oorlog haar steentje heeft kunnen bijdragen om een Joods echtpaar te redden. \nIk wilde dit verhaal achterlaten als eerbetoon aan mijn beppe. Ik kan me nu nog dingen herinneren straks is er niemand meer die wat kan vertellen. En het is goed dat deze dingen bekend zijn opdat ze niet weer gebeuren!\n\nOpgemaakt op 05-05-2017 door de beppesizzer van Grietje Boersma-Boelsma: L. Boersma De Tjoele 1 9285XC te Buitenpost.\n\nBronnen: \nVerhalen van mevr Grietje Boersma-Boelsma. \nVerhalen van zoon Hielke Boersma. \nVerhalen van dochter Joods echtpaar.
-
Paul Beek schrijft op 2023-09-05: \nBeste L. Boersma\n\nKunt u aangeven naar welk Joods Museum al die paperassen ed zijn gegaan? Familie van der Kar is verwant en Mw. Mock's info wordt door iemand gezocht via mij. Het JCK/Joods Museum zegt niets te hebben op elke van de 2 namen van der Kar of Mock. \nGraag uw info naar mijn email alvast dank